ECLI:NL:RBDHA:2022:15919
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten wegens overschrijding beslistermijn in vreemdelingenrecht
Verzoeker is op 18 maart 2022 in beroep gegaan tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid omdat deze niet tijdig had beslist op zijn aanvraag. Op 19 april 2022 heeft de Staatssecretaris alsnog een beslissing genomen. Vervolgens trok verzoeker het beroep in en verzocht de rechtbank om vergoeding van zijn proceskosten.
De rechtbank overweegt dat verweerder geen bezwaar heeft tegen het betalen van de proceskosten. Omdat de beslissing pas na het instellen van het beroep is genomen, is verzoeker gerechtigd op vergoeding van proceskosten. De vergoeding wordt vastgesteld op een vast bedrag volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij een wegingsfactor van 0,5 wordt toegepast vanwege de aard van de zaak.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 379,50 aan verzoeker. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra en griffier W. van Brakel, en is uitgesproken op 18 november 2022.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van € 379,50 aan proceskosten wegens overschrijding van de beslistermijn.