ECLI:NL:RBDHA:2022:15920
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten wegens overschrijding beslistermijn in vreemdelingenzaak
Verzoeker is op 17 mei 2022 in beroep gegaan omdat de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet tijdig had beslist op zijn aanvraag. Nadat verzoeker het beroep had ingesteld, nam verweerder op 7 juni 2022 alsnog een beslissing. Verzoeker trok vervolgens het beroep in en verzocht de rechtbank om verweerder te veroordelen tot betaling van zijn proceskosten.
De rechtbank overweegt dat verweerder geen bezwaar heeft tegen het betalen van de proceskosten en dat verzoeker recht heeft op vergoeding omdat de beslistermijn is overschreden. Omdat verzoeker een professionele juridische hulpverlener inschakelde en de zaak alleen over de overschrijding van de beslistermijn gaat, wordt een lager bedrag toegekend volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van €418,50 aan proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra en bekendgemaakt op 14 maart 2023. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten wegens overschrijding van de beslistermijn.