De veroordeelde was bij vonnis van 23 mei 2022 veroordeeld tot een voorwaardelijke PIJ-maatregel met een proeftijd van twee jaar en diverse bijzondere voorwaarden, waaronder medewerking aan behandeling en verblijf onder toezicht. De officier van justitie vorderde de omzetting van deze voorwaardelijke maatregel in een onvoorwaardelijke maatregel vanwege het niet naleven van de voorwaarden.
Tijdens de zitting op 20 december 2022 werd duidelijk dat de veroordeelde onvoldoende meewerkte aan zijn behandeling bij De Catamaran, ondanks meerdere waarschuwingen en pogingen tot begeleiding. Incidenten met een dreigende en agressieve houding naar begeleiders en groepsgenoten leidden tot een onveilige situatie. De veroordeelde ontkende niet mee te werken, maar erkende ook de problematiek die zijn gedrag beïnvloedde.
De rechtbank concludeerde dat de veroordeelde zich structureel niet aan de voorwaarden hield, waardoor de voorwaardelijke PIJ-maatregel niet het gewenste resultaat behaalde. De enkele overtreding van urinecontroles was onvoldoende reden voor omzetting, maar het niet meewerken aan de behandeling wel. Daarom werd de omzetting naar een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel gelast en de tenuitvoerlegging bevolen.