ECLI:NL:RBDHA:2022:15931
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep en voorlopige voorziening wegens niet betalen griffierecht en ontbreken gronden
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, had een verblijfsvergunning ingetrokken gekregen door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, dat niet-ontvankelijk werd verklaard. Eiser diende vervolgens beroep in bij de rechtbank Den Haag en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De rechtbank stelde vast dat het griffierecht niet was betaald, ondanks meerdere aanmaningen en een termijn van vier weken. Er was geen beroep op betalingsonmacht gedaan, waardoor het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. Daarnaast bevatte het beroepschrift geen gronden van beroep. Hoewel uitstel werd gevraagd, was dit te laat en onvoldoende onderbouwd. Ook na het verzoek om uitstel werden geen gronden ingediend.
De rechtbank oordeelde dat het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening daarom niet-ontvankelijk zijn. De voorlopige voorziening werd niet inhoudelijk beoordeeld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open, behalve tegen de beslissing op de voorlopige voorziening.
Uitkomst: Het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van griffierecht en ontbreken van gronden.