ECLI:NL:RBDHA:2022:15974
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling wegens overschrijding beslistermijn in vreemdelingenzaak
Verzoeker is op 1 juni 2022 in beroep gegaan omdat de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet tijdig had beslist op zijn aanvraag. Nadat verzoeker het beroep had ingesteld, nam de verweerder op 19 augustus 2022 alsnog een beslissing. Vervolgens trok verzoeker het beroep in en verzocht de rechtbank om proceskosten toe te kennen.
De rechtbank overweegt dat, omdat de beslissing pas na het instellen van het beroep is genomen, verzoeker recht heeft op een vergoeding van zijn proceskosten. Deze vergoeding wordt vastgesteld op een vast bedrag conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de aard van de zaak.
De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van € 379,50 aan verzoeker. Er zijn geen verdere kosten toegekend omdat er geen andere kosten zijn gemaakt. De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn en bekendgemaakt op 5 december 2022.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van € 379,50 aan proceskosten aan verzoeker wegens overschrijding van de beslistermijn.