ECLI:NL:RBDHA:2022:15980
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep mede-eigenaar tegen WOZ-beschikking niet aan haar gericht
Eiseres, mede-eigenaar van een woning, stelde beroep in tegen een WOZ-beschikking en aanslag onroerendezaakbelasting die aan een andere mede-eigenaar waren gericht. De beschikking was op 12 februari 2021 vastgesteld en betrof de waarde van de woning per 1 januari 2020 voor het kalenderjaar 2021.
De gemachtigde van eiseres, tevens mede-eigenaar, had bezwaar gemaakt tegen de beschikking en de aanslag, waarna de waarde werd verlaagd. Vervolgens ging eiseres zelf in beroep tegen deze uitspraak op bezwaar. De rechtbank stelde ambtshalve de vraag of eiseres ontvankelijk was in het beroep, gelet op de Wet WOZ.
Volgens artikel 24 van Pro de Wet WOZ kan de beschikking aan één van meerdere eigenaren worden bekendgemaakt, en alleen diegene kan bezwaar en beroep instellen. Mede-eigenaren kunnen een eigen beschikking aanvragen. Omdat de WOZ-beschikking niet aan eiseres was gericht, maar aan de gemachtigde mede-eigenaar, kon eiseres niet ontvankelijk worden verklaard in het beroep.
De rechtbank kwam daarom niet toe aan inhoudelijke beoordeling en wees het beroep af wegens niet-ontvankelijkheid. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter Batelaan-Boomsma op 6 oktober 2022.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de WOZ-beschikking niet aan haar is gericht.