ECLI:NL:RBDHA:2022:160
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen weigering openbaarmaking Wob-informatie over gevolgen Dienstenrichtlijn voor markt- en standplaatsvergunningen ambulante handel
Eiser, een ondernemer in ambulante handel met vergunningen voor onbepaalde tijd, verzocht de minister van Economische Zaken en Klimaat om openbaarmaking van documenten over de gevolgen van de Dienstenrichtlijn voor markt- en standplaatsvergunningen in de periode 2015-2019. De minister maakte een aantal documenten deels openbaar en weigerde bepaalde passages te openbaren vanwege uitzonderingsgronden uit de Wob.
Eiser stelde dat de reikwijdte van zijn Wob-verzoek breder was dan door de minister gehanteerd en dat de zoekwijze ontoereikend was, alsmede dat ten onrechte passages waren gelakt. De rechtbank oordeelde dat uit het verzoek niet eenduidig bleek dat de reikwijdte breder was dan markt- en standplaatsvergunningen en dat de minister voldoende had gemotiveerd waarom relevante documenten ontbraken en hoe de zoekactie was uitgevoerd.
De rechtbank stelde vast dat de gelakte passages terecht waren geweigerd op grond van artikel 11, eerste lid, Wob, omdat het interne documenten met persoonlijke beleidsopvattingen betrof. Ook was het belang van bescherming van de VNG en gemeenten in acht genomen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit tot gedeeltelijke weigering van openbaarmaking is ongegrond verklaard.