Eiseres kreeg een last onder dwangsom opgelegd om achterstallig onderhoud aan een perceel te beëindigen. Na het niet voldoen aan deze last, werd een dwangsom van € 5000,- ingevorderd. Eiseres diende een bezwaar in dat door verweerder niet-ontvankelijk werd verklaard wegens te late indiening.
Eiseres stelde dat het bezwaar niet te laat was of dat er een verschoonbare reden was, namelijk dat haar juridisch adviseur te druk was waardoor het bezwaar één dag te laat werd ingediend. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar niet binnen de wettelijke termijn was ingediend en dat deze termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. De rechtbank verwees naar vaste jurisprudentie dat het wachten op een juridisch adviseur voor eigen risico is.
Daarom werd het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd mondeling gedaan op 6 december 2022 en partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.