Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 november 2022 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser
het college van burgemeester en wethouders van Leiden, verweerder
Procesverloop
.
Rechtbank Den Haag
Eiser werd op 5 juni 2019 toegelaten tot schuldhulpverlening, waarbij hij zich verplichtte geen nieuwe schulden te maken zonder toestemming en wijzigingen in zijn financiële situatie te melden. Verweerder beëindigde het traject per 13 december 2019 vanwege het maken van nieuwe schulden en het niet nakomen van de medewerkingsplicht.
Eiser maakte onder meer boetes wegens snelheidsovertredingen, tandartsfacturen en een achterstand in boedelafdracht. Ondanks hersteltermijnen werd geen volledige oplossing gevonden. Daarnaast meldde eiser zijn nieuwe baan met auto van de zaak niet aan verweerder, wat een schending van de inlichtingenplicht vormt.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht het traject heeft beëindigd en de tijdelijke uitsluiting van schuldhulpverlening voor een jaar heeft opgelegd. Het beroep tegen de beëindiging is ongegrond verklaard, terwijl het beroep tegen de uitsluiting wordt doorverwezen als bezwaar. De rechtbank benadrukt dat het belang van eiser is meegewogen, maar dat de schendingen van verplichtingen zwaarder wegen.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de schuldhulpverlening is ongegrond verklaard en het bezwaar tegen de tijdelijke uitsluiting wordt doorverwezen.