Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 november 2022 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser
Rotterdamsche Electrische Tram N.V., te Rotterdam
Rechtbank Den Haag
Eiser had tegen het besluit van het UWV beroep ingesteld nadat zijn loongerelateerde WGA-uitkering was beëindigd en een WGA-vervolguitkering was toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 54,32%.
Na behandeling van het beroep en het heropenen van het onderzoek benoemde de rechtbank een psychiater als deskundige. Op basis van het deskundigenrapport en de daaropvolgende reacties werd het bezwaar van eiser alsnog gegrond verklaard, waarbij hij werd erkend als 80 tot 100% arbeidsongeschikt en een IVA-uitkering werd toegekend.
Hierop trok eiser het beroep in en verzocht gelijktijdig om veroordeling van verweerder in de proceskosten. De rechtbank oordeelde dat verweerder aan eiser was tegemoetgekomen en wees het verzoek tot proceskostenvergoeding toe, waarbij de kosten werden vastgesteld op € 1.897,50.
Daarnaast wees de rechtbank erop dat verweerder verplicht is het griffierecht van € 48,- te vergoeden, waarvoor eiser zich rechtstreeks tot verweerder moet wenden.
De uitspraak werd gedaan door rechter M.P. Verloop en griffier A. Jansen op 9 november 2022.
Uitkomst: Eiser wordt alsnog voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt verklaard, krijgt een IVA-uitkering en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van € 1.897,50 proceskosten.