ECLI:NL:RBDHA:2022:16069

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 december 2022
Publicatiedatum
16 augustus 2023
Zaaknummer
22_6806
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening en schorsing voorschriften PGS29 tankputbrandbestrijding

Verzoekster Gunvor Petroleum Rotterdam B.V. heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 29 juli 2022 waarbij het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland ambtshalve de voorschriften verbonden aan haar omgevingsvergunning heeft gewijzigd. Deze wijziging betreft de toevoeging van voorschriften 1.0.1 tot en met 1.0.4 met betrekking tot de beheersing en bestrijding van plasbranden in tankputten volgens de PGS29-richtlijn.

Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd omdat onduidelijk is wat precies van haar wordt verlangd binnen de gestelde termijn en om te voorkomen dat zij in overtreding raakt. De voorzieningenrechter acht het spoedeisend belang aanwezig en wijst het verzoek toe. Tevens stemt verweerder in met de schorsing van de betreffende voorschriften tot de uitspraak op het beroep.

De voorzieningenrechter bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht aan verzoekster moet vergoeden en veroordeelt verweerder tot betaling van proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en de voorschriften 1.0.1 tot en met 1.0.4 worden geschorst tot uitspraak op het beroep.

Uitspraak

Rechtbank DEN Haag

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 22/6806

uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 december 2022 in de zaak tussen

Gunvor Petroleum Rotterdam B.V., te Rotterdam, verzoekster

(gemachtigden: mrs. M.G.J. Maas en B. Ebben),
en

het college van gedeputeerde staten van Zuid Holland, verweerder

(gemachtigde: H. Vermeulen).

Procesverloop

In het besluit van 29 juli 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder de voorschriften verbonden aan de omgevingsvergunning (revisievergunning) van verzoekster van 8 augustus 2001 ambtshalve gewijzigd. De inrichting is gelegen aan de [adres] [nummer] te [plaats].
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld (SGR 22/6136). Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
In een brief van 28 november 2022 heeft verweerder meegedeeld dat hij kan instemmen met de door verzoekster gevraagde schorsing van de door haar genoemde voorschriften totdat uitspraak is gedaan op het beroep.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist.
2. In het bestreden besluit heeft verweerder de voorschriften die verbonden zijn aan de verleende omgevingsvergunning van 8 augustus 2001 ambtshalve gewijzigd door het toevoegen van studie- en kader-stellende implementatievoorschrift(en)
“Beheersen en bestrijden van plasbranden in tankputten met vastdaktanks voor stoffen van PGS29-klasse 0*, 1 en/of 2” gebaseerd op de voorschriften M93, M145 en M146, behorende bij de richtlijn voor de veilige bovengrondse opslag van brandbare vloeistoffen in verticale cilindrische tanks op grond van PGS29NS, versie augustus 2021. Het gaat om de voorschriften 1.0.1 tot en met 1.0.4. Gebleken is dat bij Gunvor sprake is van één tankput (nummer 8) met daarin drie tanks (T410, T411 en T412) voor de opslag van PGS29 categorie Klasse 2 producten, meer specifiek kerosine. Alleen deze tankput 8 valt binnen de reikwijdte van de onderhavige voorschriften.
3.1
Verzoekster voert in haar verzoekschrift aan dat uit het samenstel van voorschriften die zijn verboden aan het bestreden besluit volgt dat het zeer de vraag is of zij binnen twee maanden een aangepast implementatieplan kan indienen en of ze aanvullende maatregelen moet treffen. Vanwege de wijze waarop de voorschriften zijn opgebouwd en ingestoken, valt op dit moment niet (volledig) te overzien wat er gevraagd wordt van verzoekster en hoe GS de voorschriften uitleggen. Om te voorkomen dat verzoekster in overtreding raakt, is dit schorsingsverzoek ingediend.
3.2
Naar aanleiding hiervan acht de voorzieningenrechter spoedeisend belang aanwezig. Verweerder heeft bij brief van 28 november 2022 verklaard dat hij kan instemmen met de door verzoekster gevraagde schorsing van de door haar bestreden voorschriften totdat uitspraak is gedaan op het beroep. Gelet daarop, zal de voorzieningenrechter het verzoek toewijzen en de aan het bestreden besluit verbonden voorschriften 1.0.1 tot en met 1.0.4 schorsen tot de uitspraak op het door verzoekster ingestelde beroep.
4. Omdat het verzoek wordt toegewezen bepaalt de voorzieningenrechter dat verweerder aan verzoekster het door haar betaalde griffierecht vergoedt.
5. Omdat het verzoek wordt toegewezen krijgt verzoekster een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Verweerder moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 1 punt op (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift). Dat punt heeft een waarde van € 759,- bij een wegingsfactor 1. Toegekend wordt € 759,-.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;
- treft de voorlopige voorziening dat de aan het bestreden besluit verbonden voorschriften 1.0.1 tot en met 1.0.4 met betrekking tot de PGS29/tankputbrandbestrijding worden geschorst tot de uitspraak op het ingestelde beroep;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 365,- aan verzoekster te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 759,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.A.J. Overdijk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A. Jansen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 december 2022.
Griffier is verhinderd om te tekenen voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.