Eiser ontving een Ziektewet-uitkering die per 20 juni 2020 werd beëindigd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt en uiteindelijk beroep ingesteld bij de rechtbank. De primaire arbeidsdeskundige had functies voor eiser vastgesteld op basis van een Functionele Mogelijkheden Lijst.
De rechtbank oordeelt dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was, omdat in bezwaar geen spreekuurcontact heeft plaatsgevonden met een verzekeringsarts, terwijl dit volgens jurisprudentie wel vereist is wanneer de medische grondslag wordt betwist en in de primaire fase geen spreekuurcontact was. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had uitsluitend dossieronderzoek gedaan zonder te motiveren waarom een spreekuurcontact achterwege kon blijven.
Hierdoor is sprake van een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek in het bestreden besluit. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit en draagt de verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens moet het betaalde griffierecht aan eiser worden vergoed.