Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek
3.De beoordeling
4.De beslissing
- verzoeker;
- de wederpartij in de hoofdzaak;
- de rechter.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter in een civiele hoofdzaak, nadat tijdens de zitting van 16 november 2022 mondeling eindvonnis was gewezen. Het verzoek werd ingediend op 18 november 2022, na de uitspraak.
De wrakingskamer oordeelde dat een wrakingsverzoek slechts ontvankelijk is indien het wordt ingediend voordat de rechter een einduitspraak heeft gedaan. Omdat het verzoek na het mondeling eindvonnis werd ingediend, is het niet-ontvankelijk. Daarnaast werd overwogen dat wraking alleen mogelijk is tegen de behandelend rechter en niet tegen griffiemedewerkers.
De wrakingskamer besloot het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren en zag geen aanleiding tot mondelinge behandeling. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen rechter na mondeling eindvonnis wordt niet-ontvankelijk verklaard.