ECLI:NL:RBDHA:2022:16097
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak in hoofdzaak
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter in een bestuursrechtelijke hoofdzaak bij de rechtbank Den Haag. Het eerste wrakingsverzoek werd afgewezen op 24 oktober 2022. Vervolgens diende verzoeker op 24 november 2022 een nieuw wrakingsverzoek in, dat de wrakingskamer pas op 2 december 2022 bereikte.
In de tussentijd, op 30 november 2022, werd in de hoofdzaak een mondelinge einduitspraak gedaan, waarbij verzoeker niet aanwezig was. De wrakingskamer oordeelt dat wraking slechts mogelijk is zolang de rechter de zaak nog behandelt. Na een einduitspraak is vervanging van de rechter niet meer mogelijk en kan de uitspraak niet meer worden aangetast via wraking.
Daarom is het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek is niet nodig, en tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het verzoek de wrakingskamer pas bereikte na de einduitspraak in de hoofdzaak.