Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 februari 2022 in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
21 februari 2022.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Congolese nationaliteitdragende vreemdeling die sinds november 2016 in Nederland verblijft, vroeg een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan op grond van artikel 8 EVRM Pro vanwege gezinsleven met zijn partner en hun kinderen. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet beschikte over een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en meende dat de belangenafweging niet in strijd was met artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelt dat verweerder niet alle relevante feiten en omstandigheden heeft meegewogen, zoals de binding van de minderjarige kinderen en de partner met Nederland en het ontbreken van binding met Congo. Tevens is onvoldoende ingegaan op de subjectieve belemmeringen voor het gezinsleven buiten Nederland. Daarnaast had verweerder eiser moeten horen in bezwaar, wat niet is gebeurd.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuwe beslissing te nemen waarbij een volledige belangenafweging wordt gemaakt en eiser wordt gehoord. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met volledige belangenafweging en hoorprocedure.