Verzoeker heeft een omvangrijk handhavingsverzoek ingediend tegen vijf horecagelegenheden aan een straat in Den Haag, waarbij verschillende bestuursorganen binnen de gemeente bevoegd zijn. Het verzoek betrof onder meer het garanderen van vrije doorgang voor hulpdiensten en het tegengaan van overlast na sluitingstijd.
De burgemeester van Den Haag en het college van burgemeester en wethouders hebben het verzoek om handhaving afgewezen na onderzoek, waarbij geen overtredingen of overlast zijn vastgesteld. Tevens zijn er afspraken over de toegang van hulpdiensten en plannen om de leefbaarheid te verbeteren.
De rechtbank constateert dat geen sprake is van een zwaarwegend spoedeisend belang en dat de besluiten niet evident onrechtmatig zijn. Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is de connexiteit tussen het verzoek en bezwaren tegen verschillende besluiten vastgesteld.