Uitspraak
Rechtbank Den Haag
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
eisende partij,
gemachtigde mr. R.A.J. Zomer,
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft een vordering ingesteld bij de rechtbank Den Haag, welke is ingeleid met een dagvaarding van 13 september 2022. Gedaagde is niet verschenen en heeft niet gereageerd, waarna verstek is verleend.
De kantonrechter beoordeelt de vordering als niet onrechtmatig of ongegrond en wijst deze toe. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van een hoofdsom van €8.172,04, vermeerderd met wettelijke rente over een deelbedrag vanaf 4 mei 2022 en over een ander deel vanaf 20 juni 2022.
Daarnaast worden buitengerechtelijke kosten, proceskosten en nasalaris toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. Het vonnis is uitgesproken op 19 oktober 2022 door kantonrechter B.C. Vink.
Uitkomst: Vordering tot betaling en kosten wordt bij verstek toegewezen aan eiser.