ECLI:NL:RBDHA:2022:16288
Rechtbank Den Haag
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Beklag tegen inbeslagname voertuig en goederen op grond van Europees Onderzoeksbevel
De klager diende een beklag in tegen de inbeslagname van een Volkswagen T-Roc op basis van een Europees Onderzoeksbevel (EOB) van de Spaanse autoriteiten. Tevens verzocht hij om teruggave van krukken en een kinderwagen die zich ten tijde van de inbeslagname in het voertuig bevonden. De rechtbank behandelde het beklag in raadkamer en nam kennis van het dossier, waarbij het EOB en onderliggende stukken niet aan de klager werden verstrekt vanwege geheimhouding.
De klager stelde dat de auto aan hem toebehoorde en niet aan de verdachte en betwistte de reikwijdte van het EOB. De officier van justitie stelde dat het beklag ten aanzien van het voertuig ongegrond moest worden verklaard omdat het belang van strafvordering zich tegen teruggave verzet, terwijl het beklag ten aanzien van de krukken en kinderwagen gegrond werd verklaard.
De rechtbank oordeelde dat zij bevoegd was het beklag te behandelen en dat het beklag ontvankelijk was. De toetsing van de rechtmatigheid van het beslag en de voortduring daarvan is marginaal en richt zich op de vraag of het belang van strafvordering zich tegen teruggave verzet. Gezien het lopende strafrechtelijk onderzoek in Spanje en het erkende EOB, is het belang van strafvordering aanwezig. Daarom werd het beklag tegen het voertuig ongegrond verklaard. Het beklag tegen de krukken en kinderwagen werd gegrond verklaard en teruggave gelast.
De rechtbank constateerde een overschrijding van de wettelijke termijn voor de beschikking, maar dit had geen gevolgen voor de beoordeling van het beklag. De beslissing werd uitgesproken op 16 november 2022 door rechter N.F.R. de Rooij.
Uitkomst: Het beklag tegen de inbeslagname van de Volkswagen T-Roc is ongegrond verklaard, het beklag tegen de krukken en kinderwagen gegrond en teruggave gelast.