Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 april 2022 in de zaak tussen
[eiser], V-nummer [V-nummer], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Poolse nationaliteit dragende vreemdeling, is zijn verblijfsrecht in Nederland ontnomen en onmiddellijk tot vertrek verplicht gesteld vanwege een ernstige bedreiging voor de openbare orde. Verweerder heeft eiser tevens ongewenst verklaard op grond van een onherroepelijke veroordeling voor een misdrijf met een gevangenisstraf van drie jaar of meer.
Eiser stelde dat het besluit onzorgvuldig tot stand kwam omdat geen schriftelijk voornemen was uitgebracht en dat hij ten onrechte niet in aanmerking kwam voor detentiefasering. Ook voerde hij aan dat het besluit in strijd was met artikel 8 EVRM Pro en artikel 3 IVRK Pro vanwege zijn gezinsleven met zijn dochter in Nederland. De rechtbank oordeelde dat verweerder niet verplicht was een voornemen uit te brengen en dat eiser voldoende gelegenheid had gehad zijn zienswijze te geven.
De rechtbank vond dat verweerder voldoende had gemotiveerd dat het gedrag van eiser een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving. De gestelde positieve gedragsverandering en spijtbetuiging van eiser werden niet als voldoende onderbouwd geacht om het recidiverisico te verminderen.
De belangenafweging tussen het gezinsleven van eiser en het algemeen belang bij bescherming van de openbare orde wees uit dat het belang van eiser en zijn dochter onvoldoende opweegt tegen het belang van de openbare orde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot beëindiging van het verblijfsrecht, onmiddellijke vertrekplicht en ongewenstverklaring is ongegrond verklaard.