ECLI:NL:RBDHA:2022:16297
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Verzoekster maakte bezwaar tegen het besluit van 20 mei 2022 waarbij haar aanvraag om een urgentieverklaring werd afgewezen. Vervolgens verzocht zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om het primaire besluit te schorsen.
De voorzieningenrechter paste artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht toe en stelde vast dat het griffierecht van €184,- niet binnen de gestelde termijn was betaald. Verzoekster had ook geen betalingsbewijs overlegd, noch waren er omstandigheden die het niet betalen verontschuldigden.
Op grond van artikel 8:82, derde lid, in samenhang met artikel 8:41, zesde lid, van de Awb verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 2 augustus 2022 en is niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht zonder verontschuldiging.