Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2022:1631

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 februari 2022
Publicatiedatum
2 maart 2022
Zaaknummer
NL21.11021 en NL21.11023
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvragen

Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van 1 juli 2021 waarbij hun asielaanvragen niet-ontvankelijk zijn verklaard door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Tevens hebben zij een voorlopige voorziening gevraagd om de gevolgen van deze besluiten te schorsen.

De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan. Gezien het feit dat de bodemzaken niet-ontvankelijk zijn verklaard, ziet de voorzieningenrechter geen grond om de voorlopige voorziening toe te wijzen.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is definitief en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvragen is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL21.11021 en NL21.11023

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[naam], verzoeker,

[naam], verzoekster,
samen: verzoekers,
v-nummers: [nummer] en [nummer]
(gemachtigde: mr. F. Boone),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. S. Jalouqa).

Procesverloop

Bij besluiten van 1 juli 2021 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers niet-ontvankelijk verklaard.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft bepaald dat het onderzoek ter zitting verder achterwege blijft. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
1. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank het beroep in de bodemzaken, zaaknummers NL21.11020 en NL21.11022, niet-ontvankelijk verklaard. De voorzieningenrechter zal daarom het verzoek om een voorlopige voorziening afwijzen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C. van Boven-Hartogh, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.S.C. Spruijt, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.