ECLI:NL:RBDHA:2022:1656
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C. van Boven - Hartogh
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank overweegt dat Duitsland inderdaad verantwoordelijk is en dat de Duitse autoriteiten hun internationale verplichtingen, waaronder het verbod op refoulement, zullen naleven. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat dit in zijn geval niet zo is. De enkele stelling dat zijn aanvraag niet adequaat is beoordeeld, is onvoldoende onderbouwd.
De staatssecretaris heeft terecht geen aanleiding gezien om de behandeling van de asielaanvraag aan zich te trekken op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af.
De uitspraak is gedaan op 24 februari 2022 door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag te Middelburg.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.