Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam 1], eiser V-nummer: [naam 2]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Egyptische nationaliteit bezittende vreemdeling, werd op 10 februari 2022 geconfronteerd met een maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, vanwege een concreet aanknopingspunt voor overdracht onder de Dublinverordening en een significant risico op onderduiken.
Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding wegens vermeende onvoldoende voortvarendheid van verweerder bij de verwijdering. De rechtbank stelde vast dat eiser de gronden voor de maatregel niet betwistte en dat deze gronden, zowel zwaar als licht, voldoende waren om het risico van onderduiken aan te nemen.
De rechtbank oordeelde dat de overdracht op grond van de Dublinverordening uitputtend is en dat een overdracht op basis van de oudere Beschikking van de Werkgroep voor het Personenverkeer niet mogelijk is zonder de Dublinverordening te doorkruisen. Verweerder had bovendien adequaat gehandeld door een terugnameverzoek naar België te sturen en een vertrekgesprek te voeren.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.