ECLI:NL:RBDHA:2022:1661
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing asielaanvraag wegens ontbreken procesbelang
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 29 september 2021, waarin zijn asielaanvraag in de algemene procedure als kennelijk ongegrond werd afgewezen. De rechtbank heeft het beroep samen met een andere zaak op 25 februari 2022 behandeld in Breda. Tijdens de zitting verklaarde de gemachtigde van eiser dat er sinds eind vorig jaar geen contact meer is met eiser en dat zij niet weet waar hij verblijft.
De staatssecretaris gaf aan dat uit zijn registratie blijkt dat eiser op 27 januari 2022 in Zwitserland in een trein is aangetroffen. De rechtbank concludeerde hieruit dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op asielrechtelijke bescherming in Nederland en daarom geen procesbelang meer heeft bij de beoordeling van zijn beroep.
Op grond hiervan verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd mondeling gedaan door rechter B.F.Th. de Roos in aanwezigheid van griffier N.M.L. van der Kammen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.