Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2022:1663

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 maart 2022
Publicatiedatum
3 maart 2022
Zaaknummer
R.21.13 en R.21.14
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 354a FwArt. 350 lid 3 onder c-g Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging van schuldsaneringsregelingen op grond van artikel 354a Faillissementswet met verlening van schone lei

Twee schuldenaren, toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) sinds januari 2021, hebben verzocht hun regelingen voortijdig te beëindigen met verlening van de schone lei. De rechtbank Den Haag heeft dit verzoek toegewezen op basis van artikel 354a van de Faillissementswet.

De bewindvoerder rapporteerde dat redelijkerwijs niet verwacht kan worden dat de schuldenaren aan hun verplichtingen kunnen voldoen, mede doordat zij een Participatiewet-uitkering ontvangen en vrijgesteld zijn van sollicitatieplicht tot hun AOW-leeftijd. De boedelafdracht is beperkt en er zijn geen lopende procedures die nog uitdeling aan schuldeisers kunnen opleveren.

De rechtbank stelde vast dat de regeling al meer dan een jaar liep, dat aan de verplichtingen was voldaan en dat geen uitkering aan schuldeisers te verwachten is. Voortzetting van de regeling zou geen toegevoegde waarde hebben. Daarom werd de regeling op grond van artikel 354a Fw beëindigd en werd de schone lei verleend. Tevens werd de vergoeding van de bewindvoerder vastgesteld op € 4.313,-, voor zover de boedel toereikend is.

Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregelingen voortijdig en verleent de schone lei aan de schuldenaren.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Insolventies
insolventienummers: C/09/21/13 R en C/09/21/14 R
vonnis van 3 maart 2022
in de schuldsaneringsregelingen van:
[schuldenaar]
geboren op [geboortedatum]-1956 te [geboorteplaats],
en
[schuldenares}
geboren op [geboortedatum]-1956 te [geboorteplaats],
beiden wonende te [adres, postcode, woonplaats].
Waar deze zaak over gaat
[schuldenaar] en [schuldenares] zitten in de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Er is een verzoek gedaan om deze regelingen eerder dan na de gebruikelijke looptijd van drie jaar te beëindigen mét verlening van de zogenoemde “schone lei”. De rechtbank wijst dat verzoek toe en legt hierna uit hoe zij tot dat oordeel komt.

1.Verloop van de procedure

1.1.
[schuldenaar] en [schuldenares] zijn op 21 januari 2021 toegelaten tot de WSNP. Daarbij is mr. H.J. van Harten tot rechter-commissaris en mr. N. Nottroth (HJF Advocaten) te Voorburg tot bewindvoerder benoemd.
1.2.
Er is in deze regelingen nog geen datum voor een verificatievergadering bepaald.
1.3.
De bewindvoerder heeft schriftelijk verslag uitgebracht over beëindiging van de schuldsaneringsregelingen op grond van artikel 354a van de Faillissementswet (Fw) en heeft verzocht de regelingen met een schone lei te beëindigen. De bewindvoerder geeft aan dat redelijkerwijs niet de verwachting bestaat dat [schuldenaar] en [schuldenares] op zo’n manier aan de verplichtingen van de regelingen kunnen voldoen, dat voortzetting daarvan gerechtvaardigd is. [schuldenaar] en [schuldenares] zijn vrijgesteld van de sollicitatieverplichting voor de resterende duur van de regelingen. Hun inkomen bestaat uit een Participatiewet-uitkering en hierin zal naar redelijke verwachting geen verandering in komen. De boedelafdracht is dermate beperkt dat niet volledig in het bewindvoerderssalaris kan worden voorzien. Bij verdere voortzetting van de regelingen zal naar redelijke verwachting geen actief voor uitdeling resteren en er zijn geen juridisch procedures aanhangig of af te wikkelen.
1.4.
De rechter-commissaris ondersteunt het verzoek van de bewindvoerder.
1.5.
De behandeling van het verzoek heeft buiten aanwezigheid van [schuldenaar], [schuldenares] en de bewindvoerder plaatsgevonden.

2.De beoordeling

2.1.
Wanneer redelijkerwijs niet te verwachten is dat een schuldenaar zodanig aan zijn verplichtingen kan voldoen dat het voortzetten van de schuldsaneringsregeling gerechtvaardigd is, kan de rechtbank de regeling eerder dan na de gebruikelijke looptijd van drie jaar beëindigen. Voorwaarden voor zo’n vervroegde beëindiging zijn dat de schuldsaneringsregeling ten minste één jaar heeft gelopen, dat de verplichtingen uit de WSNP steeds zijn nagekomen en dat – samengevat – geen uitkering aan de schuldeisers is te verwachten.
2.2.
De rechtbank stelt vast dat aan alle hiervoor genoemde voorwaarden wordt voldaan. De regelingen lopen inmiddels al meer dan één jaar. In die periode kon met het inkomen van [schuldenaar] en [schuldenares] niet worden gespaard voor de schuldeisers, omdat daarvoor geen financiële ruimte was. Het is niet te verwachten dat hier tijdens de resterende duur van de WSNP verandering in komt. [schuldenaar] en [schuldenares] zijn vanaf het begin van de WSNP tot aan hun AOW-gerechtigde leeftijd vrijgesteld van hun sollicitatieverplichtingen. Ook andere inkomsten zijn niet te verwachten. Het onder deze omstandigheden laten doorlopen van de regelingen heeft geen toegevoegde waarde, ook niet voor de schuldeisers. Nu [schuldenaar] en [schuldenares] tijdens de regelingen aan de overige verplichtingen hebben voldaan is het niet gerechtvaardigd de regelingen voort te zetten. De rechtbank zal het verzoek daarom toewijzen.
2.3.
De rechtbank zal de regelingen beëindigen op grond van artikel 354a Fw. Dat betekent dat de regelingen na een verkorte termijn worden beëindigd en dat aan [schuldenaar] en [schuldenares] de schone lei wordt verleend. Schuldeisers kunnen hierdoor hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op [schuldenaar] en [schuldenares] verhalen.
2.4.
De rechtbank zal de vergoeding van de bewindvoerder vaststellen.

3.De beslissing

De rechtbank:
- stelt vast dat redelijkerwijs niet de verwachting bestaat dat [schuldenaar] en [schuldenares] op zodanige wijze aan hun verplichtingen kunnen voldoen dat voortzetting van de schuldsaneringsregelingen gerechtvaardigd is en dat van omstandigheden als bedoeld in artikel 350, derde lid, onder c tot en met g Fw niet is gebleken;
- beëindigt de schuldsaneringsregelingen op grond van artikel 354a Fw;
- stelt de vergoeding van de bewindvoerder vast op € 4.313,- (inclusief de verschuldigde omzetbelasting), voor zover de boedel toereikend is.
Dit is een beslissing van mr. R. Cats, rechter, in samenwerking met C.R. Cortenbach-van der Lek LL.B., griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2022.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan degene die dat volgens de Faillissementswet mag gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.