ECLI:NL:RBDHA:2022:169

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 januari 2022
Publicatiedatum
14 januari 2022
Zaaknummer
NL21.20236
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 34 Verordening 604/2013
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen overbrenging naar Oostenrijk in asielprocedure

Verzoekster heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland, maar deze werd niet-ontvankelijk verklaard omdat zij internationale bescherming geniet in Oostenrijk. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verzette zich niet tegen de toewijzing van de voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter besloot het verzoek toe te wijzen, het bestreden besluit te schorsen en te bepalen dat verzoekster niet mag worden overgedragen aan Oostenrijk totdat op het beroep is beslist.

De behandeling van het beroep is aangehouden in afwachting van een informatieverzoek aan de Oostenrijkse autoriteiten. Tevens werd de verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoekster.

De uitspraak is in het openbaar gedaan en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen, het bestreden besluit geschorst en overdracht aan Oostenrijk verboden totdat op het beroep is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.20236

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoekster] (V-nummer: [V-nummer 1] ), verzoekster,

mede namens haar minderjarig kinderen:
[naam minderjarige 1](V-nummer: [V-nummer 2] )
, [naam minderjarige 2](V-nummer: [V-nummer 3] ) en
[naam minderjarige 3](V-nummer: [V-nummer 4] ),
(gemachtigde: mr. M.J. Paffen),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. E. de Jong).

Procesverloop

Bij besluit van 27 december 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij in Oostenrijk internationale bescherming geniet.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft bij bericht van 11 januari 2022 verzocht om de behandeling van het beroep aan te houden. Verweerder heeft daarbij vermeld zich niet te verzetten tegen toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening en tegen veroordeling in de proceskosten van de voorlopige voorziening. Verweerder heeft verder toestemming gegeven om de zaak buiten zitting af te doen.
De rechtbank heeft verzoekster bij bericht van 12 januari 2022 in de gelegenheid gesteld om op het bericht van verweerder te reageren.
Bij bericht van 12 januari 2022 heeft verzoekster verzocht om het verzoek om een voorlopige voorziening hangende het beroep toe te wijzen en verweerder te veroordelen in de proceskosten. Zij heeft daarbij aangegeven ervan uit te gaan dat de zitting niet door zal gaan.
De voorzieningenrechter heeft bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Verweerder heeft bij bericht van 11 januari 2022 te kennen gegeven zich niet tegen toewijzing van de gevraagde voorziening te verzetten en de voorzieningenrechter ziet ook overigens geen beletselen om deze toe te wijzen. Daarom zal de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening toewijzen, het bestreden besluit schorsen en bepalen dat verzoekster niet mag worden overgedragen aan Oostenrijk totdat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist. De behandeling van het beroep is aangehouden in afwachting van de uitkomst van een door verweerder bij de Oostenrijkse autoriteiten in te dienen informatieverzoek, als bedoeld in artikel 34 van Pro Verordening 604/2013 (Dublinverordening).
3. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 759,00 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 759,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoekster niet mag worden overgedragen aan Oostenrijk totdat is beslist op het beroep;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 759,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Fransen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.H.L. de Vries, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.