Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam], eiser V-nummer: [nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Eritrese asielzoeker, is in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege een concreet aanknopingspunt voor overdracht aan Italië volgens de Dublinverordening en het risico dat hij zich aan toezicht zou onttrekken. Eiser betwistte de bewaring en stelde dat de overdrachtstermijn was verstreken, maar de rechtbank oordeelde dat de termijn op 17 november 2021 rechtsgeldig was verlengd nadat eiser zich niet had gemeld en als MOB (met onbekende bestemming) werd beschouwd.
Eiser voerde daarnaast aan dat de zware gronden voor bewaring onterecht waren toegepast, met name omdat hij als asielzoeker uit Eritrea bepaalde gronden niet zou kunnen worden tegengeworpen en dat het besluit tegenstrijdigheden bevatte. De rechtbank stelde vast dat de feiten juist waren vastgesteld, dat eiser zich niet aan zijn meldplicht had gehouden en dat de zware gronden 3a, 3b en 3k terecht waren toegepast, hoewel verweerder erkende dat een deel van de motivering onzorgvuldig was.
Verder oordeelde de rechtbank dat er geen minder ingrijpende maatregelen dan bewaring mogelijk waren en dat verweerder voldoende voortvarend handelde in het uitzettingsproces, ondanks het weigeren van een PCR-test door eiser. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.