ECLI:NL:RBDHA:2022:1743
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak minderjarige
Verzoeker, een minderjarige asielzoeker, had beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag als kennelijk ongegrond af te wijzen. In het oorspronkelijke besluit werd geen terugkeerbesluit opgelegd vanwege de minderjarige leeftijd en het onderzoek naar adequate opvang. Later werd het besluit gewijzigd en werd uitstel van vertrek verleend. Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een vergelijkbare zaak op 2 februari 2022 in Breda. Gezien de uitspraak in het hoofdberoep (zaaknummer NL21.18066) werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek niet ontvankelijk of gegrond was om de voorlopige voorziening toe te kennen.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 759 aan verzoeker, bestaande uit één punt voor het indienen van het verzoekschrift. De uitspraak werd gedaan door mr. B.F.Th. de Roos en is uitgesproken in het openbaar op 1 maart 2022. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van € 759 aan verzoeker.