ECLI:NL:RBDHA:2022:1743

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 maart 2022
Publicatiedatum
7 maart 2022
Zaaknummer
NL21.18067
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak minderjarige

Verzoeker, een minderjarige asielzoeker, had beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag als kennelijk ongegrond af te wijzen. In het oorspronkelijke besluit werd geen terugkeerbesluit opgelegd vanwege de minderjarige leeftijd en het onderzoek naar adequate opvang. Later werd het besluit gewijzigd en werd uitstel van vertrek verleend. Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een vergelijkbare zaak op 2 februari 2022 in Breda. Gezien de uitspraak in het hoofdberoep (zaaknummer NL21.18066) werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek niet ontvankelijk of gegrond was om de voorlopige voorziening toe te kennen.

Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 759 aan verzoeker, bestaande uit één punt voor het indienen van het verzoekschrift. De uitspraak werd gedaan door mr. B.F.Th. de Roos en is uitgesproken in het openbaar op 1 maart 2022. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van € 759 aan verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.18067

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. C.E. Stassen-Buijs),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda).

Procesverloop

Bij besluit van 16 november 2021 heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker afgewezen als kennelijk ongegrond. In het besluit is neergelegd dat aan eiser nog geen terugkeerbesluit wordt opgelegd, omdat er vanwege de minderjarige leeftijd van eiser eerst onderzoek naar adequate opvang moet plaatsvinden.
Bij besluit van 28 januari 2022 heeft verweerder het besluit van 16 november 2021 gewijzigd in die zin, dat eiser uitstel van vertrek krijgt.
Beide besluiten vormen tezamen ‘het bestreden besluit’.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL21.18066, op 2 februari 2022 op zitting behandeld te Breda. Verzoeker heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL21.18066, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Gelet op de uitkomst van het beroep zal verweerder in de proceskosten worden veroordeeld tot een bedrag van € 759 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift), te betalen aan verzoeker.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 759 aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.