Uitspraak
Rechtbank den haag
[eisende partij sub 2]te [plaats 1] ,
Rechtbank Den Haag
In deze kortgedingprocedure vordert eiser dat gedaagde de berging die onderdeel is van het appartementsrecht van eiser ontruimt en terugbrengt in de oorspronkelijke staat, conform een eerder gesloten overeenkomst tussen partijen over een gebruiksruil van bergingen. De bergingruil werd overeengekomen in 2019, waarbij gedaagde gebruik mocht maken van de berging van eiser en in ruil daarvoor een andere berging ter beschikking stelde.
Na de aankoop van het appartementsrecht door eiser in maart 2019 ontstond discussie over de feitelijke gebruikssituatie die niet overeenkwam met de eigendomsrechten zoals geregistreerd bij het Kadaster. Partijen kwamen schriftelijk overeen dat bij verkoop van een van de woningen de bergingruil ongedaan zou worden gemaakt. Eiser sloot een mondelinge koopovereenkomst met zijn dochter voor de woning, wat de beëindiging van de ruil rechtvaardigt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het belang van eiser bij herstel van de oorspronkelijke situatie spoedeisend is, mede omdat de huidige situatie illegaal is en het verkrijgen van een hypotheek belemmert. Gedaagde kan geen alternatief bieden omdat hij niet juridisch eigenaar is van de berging die hij ter ruil aanbood. De rechter beveelt gedaagde binnen twee maanden de berging te ontruimen en terug te brengen in de oorspronkelijke staat, en regelt de sleuteloverdracht tussen partijen. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen.
Uitkomst: Gedaagde wordt bevolen binnen twee maanden de berging te ontruimen en terug te brengen in oorspronkelijke staat.