Verweerder heeft in het kader van de reconstructie van de Rijnstraat diverse verkeersmaatregelen getroffen, waaronder verlaging van de maximale snelheid van 50 naar 30 km/uur, het aanbrengen van plateaus (verkeersdrempels), streetprints en het verscherpen van een bocht. Deze maatregelen zijn vooraf besproken met de brandweer, politie en Veilig Verkeer Nederland (VVN), maar verweerder is van hun adviezen afgeweken omdat hij meent dat de maatregelen de verkeersveiligheid en leefbaarheid juist verbeteren.
Eiser, wonende aan de Rijnstraat, maakt bezwaar tegen de maatregelen en stelt dat deze onnodig zijn en leiden tot overlast, trillingen en schade aan zijn woning. Hij betoogt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de adviezen van de hulpdiensten en VVN niet zijn gevolgd en dat de gevolgen voor zijn woon- en leefsituatie onvoldoende zijn meegewogen.
De rechtbank overweegt dat verweerder bij het nemen van het verkeersbesluit binnen zijn beoordelingsruimte heeft gehandeld en dat de belangenafweging voldoende inzichtelijk is gemaakt. De feitelijke uitvoering van het verkeersbesluit, waaronder de plateaus en streetprints, wordt als onderdeel van het besluit beoordeeld. Verweerder heeft toegelicht dat de maatregelen het gewenste rijgedrag stimuleren en voldoen aan richtlijnen van CROW en SWOV.
De adviezen van politie, brandweer en VVN zijn als aanbevelingen beschouwd, niet als dwingend recht. De rechtbank oordeelt dat verweerder de belangen van alle betrokkenen, inclusief de bezwaren van eiser, in redelijkheid heeft meegewogen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.