De burgemeester van Den Haag heeft op grond van artikel 13b van de Opiumwet een last onder bestuursdwang opgelegd aan eiser, waarbij zijn woning voor drie maanden werd gesloten wegens het aantreffen van een handelshoeveelheid harddrugs.
Tijdens een doorzoeking werden 24,7 gram cocaïne, verpakkingsmateriaal, mobiele telefoons en contant geld gevonden, wat verweerder deed aannemen dat de woning betrokken was bij drugshandel. Eiser voerde aan dat de situatie niet ernstig genoeg was voor sluiting, dat hij strafrechtelijk was vrijgesproken en dat de drugs voor eigen gebruik waren.
De rechtbank oordeelt dat de burgemeester bevoegd was en dat de sluiting noodzakelijk was om het woon- en leefklimaat en de openbare orde te beschermen. De aanwezigheid van handelshoeveelheden en attributen voor drugshandel rechtvaardigt de maatregel. De sluiting is ook evenredig, mede omdat verweerder rekening hield met alternatieve huisvesting en eiser na drie maanden terug kon keren.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.