ECLI:NL:RBDHA:2022:1916

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 maart 2022
Publicatiedatum
9 maart 2022
Zaaknummer
NL21.20179
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit met inreisverbod

Verzoeker heeft tegen een terugkeerbesluit met een tienjarig inreisverbod beroep ingesteld bij de rechtbank. Tegelijkertijd heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen om het besluit tijdelijk te schorsen.

De voorzieningenrechter overweegt dat een voorlopige voorziening alleen mogelijk is als de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Omdat de rechtbank inmiddels op het beroep heeft beslist, is het verzoek om een voorlopige voorziening niet meer ontvankelijk.

Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter D. Haan en griffier B. Tijssen, en is in het openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds op het beroep heeft beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.20179

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoeker], verzoeker

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. F. Ben-Saddek),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. Ch.R. Vink).

Procesverloop

Bij besluit van 30 november 2021, uitgereikt op 10 december 2021, heeft verweerder aan verzoeker een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van tien jaar opgelegd.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep (NL21.20178) ingesteld. Tevens hij heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.
2. Een voorlopige voorziening is alleen mogelijk als de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL21.20178, heeft de rechtbank op het beroep beslist. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer mogelijk. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Haan, rechter, in aanwezigheid van mr. B. Tijssen, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.