Uitspraak
en SGR 20/6020
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van11 februari 2022 in de zaken tussen
de erven [eisers] , eisers(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels),
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland, verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
Zitting
28 januari 2022. Namens eisers heeft hun gemachtigde daaraan deelgenomen. Namens verweerder hebben drs. [A] en mr. [B] daaraan deelgenomen.
Beslissing
Overwegingen
1 januari 2019. Met de beschikking is in één geschrift bekendgemaakt en verenigd de aan eisers opgelegde aanslagen onroerendezaakbelastingen en watersysteemheffing eigenaren voor het jaar 2020 (de aanslagen). Verweerder heeft de waarde van de woningen
als volgt vastgesteld:
1 januari 2019 is. Op dat moment was in Nederland nog geen sprake van een uitbraak van het coronavirus en dus ook niet van de gevolgen daarvan.
taxatiematrices aangeduid met hun adres.
25 maart 2020. Door de rechtbank is op 11 februari 2022 uitspraak gedaan. Dit betekent dat de redelijke termijn van twee jaar voor de gezamenlijke behandeling van het bezwaar en beroep niet is overschreden. De rechtbank wijst dit verzoek daarom af. Aangezien minder dan twee jaar is verstreken sinds de ontvangst van het bezwaarschrift, komt de rechtbank niet toe aan het verlengen van de redelijke termijn in verband met de maatregelen tegen het coronavirus en de effecten hiervan op de rechtspraak.
mr. G.E. Brummel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
11 februari 2022.