Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van11 februari 2022 in de zaken tussen
[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels),
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland, verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
Zitting
28 januari 2022. Namens eiseres heeft haar gemachtigde daaraan deelgenomen. Namens verweerder hebben drs. [A] , mr. [B] , mr. [C] en
[D] daaraan deelgenomen.
Beslissing
Overwegingen
€ 171.000) en [object 15] (verkocht op 24 juni 2019 voor € 207.000). Deze vergelijkingsobjecten zijn net zoals de woningen flats, maar hebben een ouder bouwjaar (respectievelijk 1970, 1985 en 1958) en zijn wat groter qua inhoud (respectievelijk 180 m³, 238 m³ en 238 m³). Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat huurwoningen over het algemeen kleiner zijn dan koopwoningen en dat de drie vergelijkingsobjecten de kleinste vergelijkbare flats zijn. Gelet op het bouwjaar en de inhoud, acht de rechtbank [object 13] het beste vergelijkbaar met de woningen, waarbij de rechtbank in aanmerking neemt dat dit vergelijkingsobject in tegenstelling tot de woningen naast een doorgaande weg ligt. Met de taxatiematrix en hetgeen overigens is aangevoerd maakt verweerder aannemelijk dat bij de herleiding van de aan de woningen toegekende waarden uit de bij de verkoop van de in de matrix genoemde vergelijkingsobjecten behaalde verkoopprijzen, in voldoende mate rekening is gehouden met deze verschillen tussen de vergelijkingsobjecten en de woning. Gelet op het voorgaande kan niet worden gezegd dat de vastgestelde waarden in een onjuiste verhouding staan tot de verkoopcijfers van de vergelijkingsobjecten.
mr. G.E. Brummel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
11 februari 2022.