ECLI:NL:RBDHA:2022:1953

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 maart 2022
Publicatiedatum
10 maart 2022
Zaaknummer
NL22.2304
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbArt. 72 lid 3 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen voorgenomen overdracht aan Italië wegens weigering PCR-test

Verzoeker maakte bezwaar tegen zijn voorgenomen overdracht aan Italië op 24 februari 2022 en verzocht om een voorlopige voorziening ter voorkoming daarvan. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had de overdracht aangekondigd, maar op 23 februari 2022 werd medegedeeld dat de uitzetting was geannuleerd omdat verzoeker niet had meegewerkt aan een PCR-test.

De voorzieningenrechter heeft op grond van de spoedeisendheid en de belangen van partijen besloten zonder zitting uitspraak te doen. Het bezwaar richt zich tegen een feitelijke uitzetting die als een besluit wordt aangemerkt volgens de Vreemdelingenwet 2000.

Omdat de uitzetting niet doorgaat door het gebrek aan medewerking van verzoeker, is er geen spoedeisend belang meer bij de gevraagde voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.

De uitspraak is telefonisch meegedeeld aan de gemachtigden en er is geen hoger beroep of verzet mogelijk tegen deze beslissing.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de voorgenomen overdracht aan Italië wordt afgewezen omdat de uitzetting is geannuleerd wegens weigering PCR-test.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.2304
uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen

[naam], verzoeker

V-nummer: [nummer 1]
(gemachtigde: mr. C.F. Wassenaar),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. F. Croonen).

Procesverloop

Verweerder heeft verzoeker op 7 februari 2022 kenbaar gemaakt dat hij op 24 februari 2022, om 10:55 uur per vliegtuig (vluchtnummer [nummer 2]) zal worden overgedragen aan Italië.
Verzoeker heeft op 11 februari 2022 bezwaar gemaakt tegen zijn voorgenomen overdracht en heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen ter voorkoming daarvan.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Omdat onverwijlde spoed dat vereist, is een zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:81 van Pro de Awb [1] kan de voorzieningenrechter op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Awb kan ook in geval van een niet-kennelijke afdoening uitspraak worden gedaan zonder een zitting te houden wanneer onverwijlde spoed dat vereist en partijen daardoor niet in hun belangen worden geschaad. Gelet op de omstandigheid dat de opvangvoorzieningen van verzoeker op korte termijn dreigen te worden beëindigd en de onzekerheid die heerst omtrent een naderende uitzetting uit Nederland, maakt de voorzieningenrechter gebruik van deze bevoegdheid.
3. Het bezwaar is gericht tegen de voorgenomen feitelijke uitzetting van verzoeker naar Italië. Dit is een handeling die op grond van artikel 72, derde lid, van de Vw [2] met een besluit is gelijkgesteld.
De voorzieningenrechter overweegt als volgt.
4. Verweerder heeft op 23 februari 2022 medegedeeld dat de voorgenomen uitzetting van verzoeker is geannuleerd omdat verzoeker niet heeft meegewerkt aan een PCR-test.
5. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verzoeker geen spoedeisend belang meer bij de gevraagde voorziening omdat er geen concrete uitzetting meer op handen is. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
6. De uitzetting kan geen doorgang vinden vanwege het gebrek aan medewerking van verzoeker aan een PCR-test. Voor een proceskostenveroordeling bestaat daarom geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl. Het dictum is telefonisch meegedeeld op 23 februari 2022 om 17:33 uur aan de gemachtigde van verweerder en om 17:41 uur aan de gemachtigde van verzoeker.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Vreemdelingenwet 2000.