ECLI:NL:RBDHA:2022:1998
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering zelfstandige ondernemer
Eiseres ontving bijstand en werd door verweerder teruggevorderd voor de periode 1 januari 2019 tot en met 31 augustus 2019 vanwege inkomsten als zelfstandig ondernemer. Verweerder herzag het primaire besluit en handhaafde de terugvordering, maar eiseres stelde dat de berekening onjuist was door het niet meenemen van zakelijke boekhoudkosten en onterecht niet toepassen van inkomstenvrijlating.
De rechtbank oordeelde dat de boekhoudkosten wel degelijk zakelijke kosten zijn en dus in mindering gebracht moeten worden, terwijl de reiskosten met de OV-chipkaart niet voldoende waren onderbouwd. Tevens werd geoordeeld dat de inkomstenvrijlating ten onrechte niet was toegepast in het bestreden besluit, wat strijdig was met de Participatiewet.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, herroept het primaire besluit voor zover het de terugvordering betreft en stelde het terug te vorderen bedrag vast op €3.071,66. Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de terugvordering vastgesteld op €3.071,66.