Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam 1], eiseres, V-nummer: [nummer]
[naam 2]
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Oegandese vrouw die asiel aanvroeg vanwege haar lesbische seksuele gerichtheid, werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen in haar aanvraag voor een verblijfsvergunning. De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat de staatssecretaris de nationaliteit, identiteit en herkomst van eiseres geloofwaardig achtte, maar haar lesbische geaardheid en de daaruit voortvloeiende problemen ongeloofwaardig vond.
Eiseres stelde dat het onderzoek onvoldoende rekening hield met haar referentiekader en dat correcties en aanvullingen niet adequaat waren meegewogen. De rechtbank verwierp deze stellingen en stelde dat verweerder voldoende aandacht had besteed aan haar medische, sociale, culturele en religieuze achtergrond. Ook werd geoordeeld dat verweerder terecht twijfels had bij de geloofwaardigheid van haar relaas, mede vanwege tegenstrijdigheden en oppervlakkige verklaringen over haar seksuele geaardheid en relatiegeschiedenis.
De rechtbank vond dat verweerder terecht niet volstond met enkel de verklaringen van eiseres en dat het ontbreken van ondersteunend bewijs een rol speelde. Daarnaast achtte de rechtbank het onwaarschijnlijk dat eiseres geen voorzorgsmaatregelen zou hebben genomen in haar intieme relatie gezien de context in Oeganda. Gezien deze overwegingen werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende geloofwaardigheid van de lesbische geaardheid.