Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Procesverloop
2.Feiten
Artikel 3-Duur, verlenging en opzegging
Rechtbank Den Haag
Partijen sloten op 21 september 2015 een huurovereenkomst voor een bedrijfsruimte in een winkelcentrum. De huurovereenkomst bevatte afwijkende bedingen die onder meer de huurprijsherziening en huurbescherming beperkten. Verzoekster vroeg de kantonrechter om goedkeuring van deze afwijkende bedingen ex artikel 7:291 BW Pro.
De kantonrechter oordeelde dat verzoekster niet gerechtigd was het verzoek mede namens verweerster te doen en dat de afwijkende bedingen de rechten van verweerster als huurder wezenlijk aantasten. De bepalingen ontnemen onder meer de huurder de wettelijke huurprijsbescherming en de mogelijkheid tot het verkrijgen van tegemoetkoming in verhuis- of inrichtingskosten.
Verder werd vastgesteld dat de maatschappelijke positie van verweerster als kleine ondernemer aanzienlijk zwakker is dan die van verzoekster, een grote professionele vastgoedbelegger. Hierdoor behoeft verweerster de bescherming van afdeling 6 titel 4 boek 7 BW in redelijkheid.
Op grond hiervan wees de kantonrechter het verzoek af en veroordeelde verzoekster in de proceskosten van verweerster.
Uitkomst: Het verzoek tot goedkeuring van afwijkende bedingen in de huurovereenkomst wordt afgewezen.