ECLI:NL:RBDHA:2022:2114
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing kostendelersnorm bij bijstandsuitkering ondanks betwisting hoofdverblijf zoon
Eiseres ontving een bijstandsuitkering als alleenstaande ouder. Verweerder paste vanaf 11 december 2019 de kostendelersnorm toe omdat haar zoon niet meer studeerde en feitelijk bij haar woonde. Na een onderzoek met gesprekken en een huisbezoek concludeerde verweerder dat de zoon zijn hoofdverblijf had in de woning van eiseres.
Eiseres stelde dat haar zoon zijn hoofdverblijf had verplaatst en tijdelijk elders verbleef, maar dit werd niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank achtte de bevindingen van het huisbezoek, waaronder persoonlijke bezittingen en post van de zoon, voldoende bewijs dat hij zijn hoofdverblijf bij eiseres had.
De rechtbank oordeelde dat de kostendelersnorm terecht werd toegepast en dat de Participatiewet geen ruimte biedt voor uitzondering bij onbillijkheid van overwegende aard. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de toepassing van de kostendelersnorm op de bijstandsuitkering van eiseres.