ECLI:NL:RBDHA:2022:2140
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag militair wegens wangedrag en niet-naleving bijzondere voorwaarden
Eiser, een sergeant-majoor bij de Koninklijke Luchtmacht, werd ontslagen wegens wangedrag op grond van artikel 39, tweede lid, aanhef en onder l, van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR). Dit ontslag volgde op een eerdere veroordeling door de militaire strafrechter voor bedreiging, zware mishandeling en belaging van zijn ex-partner, waarbij bijzondere voorwaarden werden opgelegd, waaronder behandeling bij een geestelijke gezondheidszorginstelling. Eiser hield zich niet aan deze voorwaarden, wat leidde tot de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke militaire detentie.
Eiser voerde aan dat zijn medische situatie, waaronder PTSS en zorgmijdend gedrag, onvoldoende werd meegewogen en dat hij ten onrechte niet op grond van ziekte was ontslagen. De rechtbank oordeelde dat de feiten waarvoor eiser was veroordeeld vaststonden en dat het gedrag toerekenbaar was. De rechtbank verwierp het betoog dat het gedrag niet aan eiser kon worden toegerekend vanwege zijn medische toestand, mede omdat eiser bewust niet meewerkte aan de opgelegde voorwaarden.
De rechtbank stelde vast dat verweerder het ontslag op juiste gronden had gebaseerd en dat het ontslag niet onevenredig was. De belangenafweging woog het belang van Defensie bij handhaving van hoge integriteitseisen zwaarder dan de gevolgen voor eiser. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het ontslag wegens wangedrag wordt ongegrond verklaard en het ontslag blijft in stand.