ECLI:NL:RBDHA:2022:2149
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking prejudiciële vragen en proceskostenveroordeling in asielprocedure over Dublinoverdracht Malta
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen vanwege verantwoordelijkheid van Malta. De voorzieningenrechter verbood overdracht aan Malta totdat op het beroep was beslist. De rechtbank stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de deelbaarheid van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
Verweerder trok het besluit in omdat hij niet tijdig kon voldoen aan een onderzoeksopdracht over Dublinoverdrachten aan Malta. Eiser trok daarop het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding. Verweerder bood een lage vergoeding aan, terwijl eiser stelde dat ook zitting en schriftelijke opmerkingen bij het Hof in rekening moesten worden gebracht.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende zorgvuldigheid betrachtte bij het aanbieden van proceskosten en dossierbewaking. Gezien de verwijzing naar het Hof en de complexiteit van de zaak werd een wegingsfactor van 1,5 toegepast. De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van €4.554 aan proceskosten. De intrekking van prejudiciële vragen werd geaccepteerd omdat beantwoording niet meer noodzakelijk was.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van €4.554 aan proceskosten aan eiser wegens onvoldoende zorgvuldigheid en complexiteit van de zaak.