ECLI:NL:RBDHA:2022:2207
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening aansluitende zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Den Haag behandelde op 1 maart 2022 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 1977. Betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, waaronder een stoornis in het gebruik van alcohol en cannabis, en kampt met ernstige gevolgen zoals levensgevaar en lichamelijk letsel door valgevaar.
De rechtbank nam kennis van diverse medische documenten, waaronder een medische verklaring, zorgkaart, zorgplan en adviezen van de geneesheer-directeur. Betrokkene gaf aan zich niet te verzetten tegen de zorgmachtiging en werkt aan een traject richting begeleid wonen. De verslavingsarts benadrukte het belang van voortzetting van de zorgmachtiging vanwege frequente terugval.
De rechtbank concludeerde dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat de voorgestelde verplichte zorg noodzakelijk, evenredig en effectief is om ernstig nadeel af te wenden en de gezondheid van betrokkene te stabiliseren. De zorgmachtiging omvat onder meer medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie.
De machtiging geldt tot en met 1 september 2023. Het verzoek tot meer of andere zorgvormen werd afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een aansluitende zorgmachtiging tot en met 1 september 2023 voor verplichte zorg aan betrokkene.