ECLI:NL:RBDHA:2022:2216
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren vrijheidsontnemende maatregel in grensprocedure asiel
Eiser, van Iraakse nationaliteit, heeft op 27 januari 2022 in de internationale lounge op Schiphol asiel aangevraagd en werd daarop een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank had eerder vastgesteld dat deze maatregel tot het sluiten van het onderzoek rechtmatig was en beoordeelt nu alleen de rechtmatigheid vanaf 7 februari 2022.
Eiser betoogt dat na het besluit op zijn asielaanvraag van 12 februari 2022 de grensprocedure is afgerond en de maatregel niet langer op artikel 6, derde lid, kan berusten. De rechtbank oordeelt echter dat door een wijziging van dit artikel per 14 mei 2020 de vrijheidsontneming ook gedurende de rechtsmiddelenfase kan voortduren zolang er nog geen definitieve beslissing is genomen.
Verder stelt eiser dat een (uitgestelde) toegangsweigering vereist is voor het opleggen van de maatregel, maar de rechtbank stelt vast dat dit niet nodig is wanneer de vreemdeling zich aan de buitengrens bevindt en asiel aanvraagt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.