ECLI:NL:RBDHA:2022:2222
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in beroep tegen afwijzing uitstel van vertrek vreemdelingen
In deze bestuursrechtelijke zaak hebben verzoekers beroep ingesteld tegen besluiten van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin hun aanvragen om uitstel van vertrek werden afgewezen op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Na het ongegrond verklaren van het bezwaar tegen deze primaire besluiten, verzochten zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met de beroepen op zitting op 15 februari 2022. Verzoekers waren aanwezig en werden bijgestaan door hun gemachtigde, evenals de verweerder. De voorzieningenrechter overwoog dat nu de hoofdzaak in de zaken NL21.17195 en NL21.17197 reeds is beslist, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan op 4 maart 2022 en is onherroepelijk, aangezien tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van uitstel van vertrek wordt afgewezen.