Uitspraak
Rechtbank den haag
de verdachte,
bijgestaan door mr. D. Duijvelshoff, advocaat te Amsterdam.
[benadeelde] ,
wonende te [woonplaats] ,
vertegenwoordigd door haar moeder
[moeder] ,
wonende te [woonplaats] .
Rechtbank Den Haag
In deze zaak heeft de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank Den Haag op 14 maart 2022 een verzoek tot verschoning van de rechter behandeld. Het verzoek was ingediend omdat de rechter een procespartij of procesdeelnemer uit zijn persoonlijke leefomgeving kende, wat de schijn van partijdigheid kan wekken.
De kamer overwoog dat een rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, maar dat uitzonderlijke omstandigheden zoals het kennen van een partij uit de persoonlijke leefomgeving aanleiding kunnen geven tot een terechte vrees voor vooringenomenheid. Ook de uiterlijke schijn speelt hierbij een rol.
Gezien de omstandigheden achtte de kamer het verzoek terecht om de schijn van partijdigheid te vermijden. Daarom werd het verzoek tot verschoning toegewezen en bepaald dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden voortgezet, waarbij de procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van het verzoek.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet door een andere rechter.