Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 februari 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
Goudse Verzekeringen Services B.V., te Gouda.
Rechtbank Den Haag
Eiseres ontvangt sinds juni 2017 een WIA-uitkering en werd in oktober 2019 herbeoordeeld door verzekeringsartsen en een neuropsycholoog. De verzekeringsarts stelde vast dat zij van november 2018 tot januari 2019 volledig arbeidsongeschikt was en daarna gedeeltelijk arbeidsongeschikt. Op basis van deze beoordeling wijzigde verweerder de uitkering.
Eiseres maakte bezwaar en stelde dat haar verstandelijke vermogens achteruitgaan sinds twee hersenoperaties in 2015 en dat verzekeringsartsen onvoldoende gespecialiseerd zijn om haar beperkingen juist vast te stellen. De rechtbank stelt dat medische rapportages van verzekeringsartsen, mits zorgvuldig en begrijpelijk, als basis mogen dienen voor besluiten. Eiseres heeft echter geen medische stukken overlegd die de beoordeling tegenspreken.
De rechtbank constateert dat alle klachten van eiseres zijn meegewogen, inclusief een neuropsychologisch onderzoek. De beoordeling betreft de situatie eind 2018/begin 2019, niet de huidige toestand. Het beroep wordt ongegrond verklaard. De rechtbank adviseert eiseres alsnog een herbeoordelingsverzoek in te dienen als haar situatie is verslechterd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit over haar arbeidsongeschiktheid wordt ongegrond verklaard.