ECLI:NL:RBDHA:2022:2241
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking besluit mvv-aanvraag wegens gewijzigde omstandigheden
Verzoekster diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid bij een referent. Deze aanvraag werd op 10 oktober 2019 afgewezen door verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd eveneens ongegrond verklaard op 16 april 2020. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit.
Tijdens de beroepsprocedure overhandigde de referent een nieuw arbeidscontract, geldig van 7 januari 2022 tot en met 6 januari 2023. Naar aanleiding hiervan trok verweerder het bestreden besluit in op 11 maart 2022 en verleende alsnog de gevraagde mvv. Verzoekster trok daarop haar beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat intrekking van het besluit wegens gewijzigde omstandigheden niet gelijkstaat aan tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a Awb. Omdat de intrekking gebaseerd was op het nieuwe arbeidscontract, dat een gewijzigde omstandigheid vormde, was geen proceskostenveroordeling gerechtvaardigd. Het verzoek tot vergoeding van proceskosten werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat het bestuursorgaan het besluit introk wegens gewijzigde omstandigheden en niet vanwege tegemoetkomen.