ECLI:NL:RBDHA:2022:2254
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig asielrelaas en afwezigheid 15c-situatie in Libië
Eiser, een Libische staatsburger, diende in Nederland een asielaanvraag in uit vrees voor een gewapende groepering in Libië. Verweerder wees de aanvraag af omdat het asielrelaas niet overtuigend was en er geen sprake was van een 15c-situatie, waarbij willekeurig geweld burgers treft.
De rechtbank behandelde het beroep en concludeerde dat eiser onvoldoende concrete details over zijn persoonlijke bedreigingen kon geven, waardoor zijn verhaal ongeloofwaardig werd bevonden. Ook was er onvoldoende bewijs dat hij bij terugkeer in Libië een reëel risico liep op ernstige schade.
Verder oordeelde de rechtbank dat de situatie in Libië niet voldeed aan de criteria van artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn, omdat het geweld niet grootschalig, willekeurig en wijdverspreid was. De vrees van eiser wegens illegale uitreis en de coronapandemie werd eveneens niet aannemelijk gemaakt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege een ongeloofwaardig asielrelaas en het ontbreken van een 15c-situatie in Libië.