ECLI:NL:RBDHA:2022:2290
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2005 wegens onvoldoende rekening houden met heffingvrij vermogen
De Belastingdienst legde aan eiser een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2005 op, gebaseerd op informatie verkregen via internationale gegevensuitwisseling over een buitenlandse UBS-bankrekening. Eiser betwistte de aanslag onder meer wegens te late oplegging, onjuiste schatting van het belastbare inkomen en onrechtmatige gegevensverzameling.
De rechtbank stelde vast dat de navorderingsaanslag tijdig was opgelegd binnen de verlengde navorderingstermijn van twaalf jaar plus verlenging wegens buitenlandse vermogensbestanddelen. De informatiebeschikking was onherroepelijk, waardoor de bewijslast omgekeerd en verzwaard werd. Eiser slaagde er niet in aan te tonen dat de uitspraak op bezwaar onjuist was.
De rechtbank oordeelde dat de schatting van het belastbare inkomen door verweerder redelijk was, gebaseerd op het saldo van 2006 vermeerderd met een rendement. Wel werd vastgesteld dat niet duidelijk was of rekening was gehouden met het heffingvrij vermogen, waardoor de aanslag werd verminderd. De heffingsrente werd overeenkomstig aangepast. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De navorderingsaanslag IB/PVV 2005 wordt verminderd wegens onduidelijkheid over het heffingvrij vermogen en de Belastingdienst wordt veroordeeld in de proceskosten.