ECLI:NL:RBDHA:2022:2308
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk is verklaard bij besluit van 9 december 2021. Hiertegen heeft verzoekster beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 10 februari 2022 behandeld, samen met een gerelateerde zaak (NL21.19670). Na afweging heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, mede omdat op dezelfde datum in de hoofdzaak uitspraak is gedaan.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter C. van Boven-Hartogh en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen na niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag.